Mooi familietafereel.

Het kweken met onze duiven is eigenlijk het mooiste wat er is. Elk jaar weer dat nieuwe leven in de broedschalen is fantastisch om mee te maken. Ik kan nooit wachten om te kijken hoe de jongen er uit zullen gaan zien. Welke kleur wordt het? Dun of zwart, recessief rood of geel, postduivenrood, donkerkras of misschien wel blauw geband? Is de staart goed? Heeft het jong een blanke snavel? etc. Elke dag is er iets te beleven en iets te ontdekken.

Toch wil ik niet alles aan het toeval overlaten, ik wil de natuur wel een beetje sturen. Zomaar wat duiven bij elkaar zetten, de deur tussen de doffersafdeling en de duivinnenafdeling openschuiven en roepen: “Lang leve de lol”, is dus niets voor mij. Uren zit ik daarom te denken welke doffer welke duivin krijgt. Dat is een leuk tijdverdrijf voor de wintermaanden. Uiteindelijk worden alle koppels na lang wikken en wegen bij elkaar gezet.

De koppels worden in hun broedbak opgesloten. Ik wil namelijk 100% zekerheid hebben over de afstamming van mijn duiven. De koppels blijven dus de hele dag opgesloten zitten en komen pas uit de broedbak als er gevoerd moet worden en dat is in de namiddag. Ik houd dan alle duiven nauwlettend in de gaten, omdat een duivin die een dag voordat ze gaat leggen zich gemakkelijk laat treden door de eerste de beste doffer die voor haar koert. Als de duiven gedronken hebben, worden ze weer opgesloten.

De koppeling van 2015 op 8 februari. Alle duiven worden opgesloten om vreemdgaan te voorkomen. Alle doffers kregen dit jaar een andere duivin. Dat betekent voor veel duivinnen een andere nestbak, soms zelfs vlak naast hun oude.

Koppel na de paring.

Als het goed weer is, worden de doffers naar buiten gedaan, zodat de duivinnen eerst rustig kunnen eten. Dan hebben de dames de tijd om grit en vitamineral tot zich te nemen. Ze hebben op deze manier geen last van de doffers die soms als bezetene achter ze aan blijven “drijven”. Deze drijvende doffers weten hoe het in de duivenwereld toegaat. Zij kennen hun buurman die, als hij even niet oplet, snel met zijn duivin paart. Sommige doffers zijn zo fel dat zij liever een maaltijd overslaan dan dat zij hun duivin uit het oog verliezen. Als de eieren er eenmaal zijn, worden de broedbakken definitief geopend en hebben de duiven vrij spel. Voor mij is dat een fijn moment. Het is toch wel vervelend om steeds te moeten wachten tot de duiven gegeten en gedronken hebben en ze daarna weer op te sluiten.

Na 16 of 17 dagen komen de eieren uit. Na een dag of acht worden de jongen geringd en begint de kleur al wat zichtbaar te worden. Het is mooi om te zien dat gezonde jongen zo snel groeien. Als de jongen een week of drie zijn stappen ze soms al uit de broedschaal. Dan gooi ik wat voer in de broedbak en al snel beginnen ze wat op te pikken, zeker als de ouden het komen voordoen.

  • Buurjongen Thies heeft een half uur naar een uitkomend ei zitten kijken.

  • "Hoe moet ie heten?"
    "'Thies".
    "En als het een meisje is?"
    "Thieselientje".
    En zo zit Thieselientje nog steeds op mijn hok.

  • Jonge duiven op de plank. Al snel leren ze hun omgeving kennen. En over een week vliegen ze hun eerste rondjes.

Als de jongen 4 weken oud zijn (tegen die tijd zitten de koppels al lang weer op eieren), worden ze buiten op de klep gezet en krijgen ze daar de voerbak voor zich waar ze al snel met z’n allen beginnen te eten. Eerst geef ik ze het grove voer (mais en erwten) en als dat op is, krijgen ze ook de kleinere korrels zoals tarwe, gerst, dari, paddy en boekweit. Anders krijg je duiven die alleen maar kleinzaad eten. Die komen dan op latere leeftijd altijd te kort als er krap gevoerd gaat worden. Na het eten zet ik de waterbak op de klep en leer ze drinken.

Ik doe dit zo omdat ik geen aparte jonge-duivenafdeling heb. Ik heb maar een klein hok. De jongen op deze manier voeren en tevens uitwennen heeft ook als gevolg dat ik nooit jonge duiven verspeel door vervliegen. De jongen leren de omgeving goed kennen en mochten ze een keer opschrikken, dan gaan ze nooit ver, want ze kunnen nog niet zo goed vliegen. Bovendien durven ze ook nog niet zo erg.

Kartonnetje in de broedschaal voorkomt veel kapotte eieren.

Ik begin de kweek meestal begin maart met 12 of 13 koppels Oosterse Rollers en 7 koppels witte postduiven en dat gaat zo door tot en met juni. Ik kweek zo’n 50 jongen. Mijn witte postduiven, waarmee ik bijna niet kweek krijgen een OR-jong ondergeschoven. Met zo hier en daar ook nog een onbevrucht of stuk ei ligt op deze manier in de meeste nesten maar één jong. Zo krijg ik er niet zo veel.

De jongen die mij vanwege de  kleur, de staart of iets anders niet aanstaan, worden verkocht. Dit kunnen misschien hele goeie zijn, ik zal het nooit weten. De zwarte en andere mooie houd ik zelf en daar houd ik de beste weer van aan.

Zo doe ik het nu bijna 10 jaar met de Oosterse rollers en het bevalt me uitstekend.